Er zijn momenten waarop een samenleving zichzelf in de spiegel moet durven bekijken. Een kind van elf dat bewusteloos op de spoed belandt door alcohol, is zo'n moment. Het is het soort gebeurtenis dat je niet kan reduceren tot een ongelukkige uitzondering. 

 

In ons land gebeurt het elk jaar duizenden keren. Wanneer dergelijk jong leven ontspoort door iets wat in onze supermarkten even vanzelfsprekend in de rekken staat als melk en brood, zegt dat iets over meer dan los gedrag of puberale impulsiviteit. Het zegt iets over ons allemaal.

Wat treft is, hoe vaak die kinderen - en opvallend veel meisjes - drinken uit een mengeling van angst, prestatiedruk en het gevoel voortdurend bekeken te worden. Er groeit een generatie op die moet navigeren tussen onlineverwachtingen, schoolstress en sociale competitie, en die soms geen taal vindt voor wat overweldigend voelt. Alcohol wordt dan geen ontspanning, maar verdoving: een manier om even niet te hoeven denken, te voelen of te presteren. Het zijn kwestbaarheden die we herkennen, of we nu ouder zijn of niet. Maar dat begrip mag ons nooit verlammen.

 

We zijn in Vlaanderen bijzonder goed geworden in het normaliseren van alcohol. Het hoort bij onze cultuur, bij feestjes, bij vriendschap, bij ontspanning. We spreken er graag luchtig over, soms zelfs trots. Maar de keerzijde van die traditie zien we nu steeds duidelijker: jongeren die thuis goedkoop 'voordrinken', omdat de goedkoopste flessen het snelst effect geven. Supermarkten die alcohol behandelen als marketingproduct. Een hele industrie die weet dat jongeren, zelfs verboden doelgroepen, via verpakkingen en sociale media toch bereikt worden. En een beleid dat, ondanks waarschuwingen van artsen en wetenschappers, achterloopt op wat gezondheid werkelijk vraagt.

 

Ik ben niet naïef. Vlaanderen wordt geen alcoholvrije samenleving, en dat hoeft ook niet. Maar we mogen wel eerlijker zijn. Een product dat jongeren ziek maakt, hersenontwikkelng belemmert en soms hun mentale nood vergroot, hoort niet spotgoedkoop te zijn. Een minimumleeftijd die voor jongeren verwarrend is - 16 wel, 18 niet - helpt niemand. Voorlichting die pas start wanneer het probleem zich al toont, is vrijblijvende symboliek. En een mentaliteit dat wegkijkt, omdat alcohol nu eenmaal "bij hoort", is misschien onze grootste blinde vlek. 

 

We hebben dus een keuze te maken: wachten tot nog meer kinderen naar de spoed worden gebracht, of volwassen genoeg zijn om gewoontes in vraag te stellen. Dat betekent niet dat we met een opgeheven vingertje moeten rondlopen, maar wel dat we de realiteit ernstig nemen. Alcohol is niet onschuldig wanneer het elfjarigen naar het ziekenhuis brengt. Dan is het een maatschappelijke probleem dat vraagt om moedige aanpassingen, zowel in beleid als in cultuur. 

 

De vraag is eigenlijk eenvoudig: willen we dat onze kinderen drinken alsof ze moeten ontsnappen aan iets? Of willen we een samenleving waarin jongeren niet naar de fles grijpen om stilte te vinden in hun hoofd? 

 

Als we kiezen voor het tweede, dan begint dat niet met straffen, maar met eerlijkheid. Met het durven erkennen we dat onze manier van omgaan met alcohol misschien minder onschuldig is dan we altijd dachten. En met het besef dat een beetje meer zorg voor elkaar - of je die inspiratie nu haalt uit geloof, uit wetenschap of uit gezond verstand - geen beperking is, maar een vorm van vrijheid.  

 

Bron: Het Belang van Limburg (weekendkrant)