Er is een vredesakkoord getekend. De wereld slaakt een zucht van opluchting: eindelijk een akkoord voor Gaza, eindelijk een einde aan twee jaar van geweld, honger en ontreddering. Toch voel ik geen vrede. De stilte die nu neerdaalt over Gaza, klinkt niet als opluchting, maar als wantrouwen.

Wie de geschiedenis van het Israëlisch-Palestijnse conflict kent, weet dat akkoorden zelden meer waren dan adempauzes tussen twee stormen. Sinds de eerste oorlog in 1948, toen Palestina, Egypte en Jordanië tegenover Israël stonden, zijn de wonden nooit geheeld. Telkens weer tekenden machthebbers documenten die vrede beloofden, maar het echte lijden van de mensen stopte niet. De geschiedenis leert dat vrede zonder rechtvaardigheid niet standhoudt.

Vandaag herhaalt dat scenario zich. Vier mannen zaten rond de tafel: vertegenwoordigers van de Verenigde Staten, Turkije, Qatar en Egypte. Grote woorden, glimlachende gezichten, vlaggen op de achtergrond, een symboliek van verzoening. En toch voelde het voor velen als theater, een voorstelling die we al te vaak hebben gezien. Want wie zaten daar echt aan tafel? De Amerikaanse president Donald Trump, De Turkse president Recep Tayyip Erdogan, de leiders van Egypte en Qatar. Geen van hen heeft in zijn politieke loopbaan blijk gegeven van oprechte bekommernis om de mens achter het conflict. Wat hen bindt, is niet empathie, maar berekening.

Trump, die Jeruzalem in 2017 tegen de internationale consensus in de hoofdstad van Israël noemde, gebruikt elke diplomatieke zet als electorale valuta. Voor hem is vrede een foto op de voorpagina, geen morele opdracht. Erdogan, die zich profileert als verdediger van de Palestijnse zaak, sluit ondertussen miljoenencontracten met Israëlische bedrijven. Egypte, dat de grens met Gaza meer dan eens sloot, denkt in termen van veiligheid en invloed, niet in mensenlevens. Qatar, de bemiddelaar bij uitstek, presenteert zich als redder, maar verdedigt vooral het eigen prestige in de regio.

Vuile handen

Vrede die wordt ondertekend door mensen met vuile handen, kan hoogstens tijdelijk stilte brengen. Geen duurzame rust, geen genezing, geen toekomst.

Wat dit akkoord nog brozer maakt, is wat er niet in staat. Er is niet gesproken over Jeruzalem, over de heilige plaatsen, over de toegang tot Al-Aqsa en de Klaagmuur, over de vluchtelingen, over de muren die mensen van elkaar scheiden. Alsof vrede een technisch dossier is dat men kan afhandelen zonder de ziel van het conflict te raken. Alsof je een brand kunt blussen zonder het vuur van onrecht te doven.

De kern van het probleem ligt niet in grenzen of documenten, maar in de ontkenning van menselijke waardigheid. Palestijnen verlangen niet alleen naar veiligheid, maar naar erkenning, als volk, als mensen, als dragers van recht. Zolang dat fundamentele punt onbesproken blijft, zal elk akkoord gebouwd zijn op drijfzand.

Religieus gezien weten we beter. In zowel de Thora, de Bijbel als de Koran is vrede nooit alleen maar de afwezigheid van oorlog, maar de aanwezigheid van recht. Vrede is niet iets wat men ondertekent, het is iets wat men belichaamt.

Een moreel proces

Daarom voel ik vandaag eerder wantrouwen dan hoop. Niet omdat ik cynisch ben, maar omdat ik de gezichten herken van mensen die te vaak vrede hebben gebruikt als dekmantel voor macht. Als ze het echt goed meenden, was dit akkoord er veel eerder gekomen, toen duizenden kinderen nog leefden, toen de Gazastrook nog geen ruïne was.

Toch weiger ik de hoop op te geven. Ik geloof dat ware vrede niet begint in conferentiezalen, maar in de harten van mensen. In gezinnen waar kinderen leren dat de ander geen vijand is. In scholen waar men geschiedenis leert zonder haat. In gemeenschappen die elkaar zien als bondgenoten in menselijkheid.

Echte vrede is een moreel proces, geen diplomatiek product. Ze vraagt om moedige leiders die durven te luisteren, die niet handelen uit angst of winstbejag. Ze vraagt om woorden die geworteld zijn in waarheid, niet in belangen. Ze vraagt om empathie, dat zeldzame vermogen om te voelen wat de ander voelt, zelfs als die ander aan de andere kant van een muur leeft.

Ik wil geloven in vrede, maar niet in een vrede die gebouwd is op belangen of onrecht. Zolang wantrouwen de tafel vult waar vrede wordt getekend, zal geen handdruk vrede brengen. Vrede begint niet bij leiders, maar bij rechtvaardigheid.

 

Bron: De Standaard