Toen de Italiaanse krant La Repubblica begin oktober meldde dat er in het Vaticaan een gebedsruimte voor moslims werd ingericht, ging er nauwelijks een rimpeling door het publieke debat. Toch is dit nieuws historisch, schrijft de Turks-Limburgse islamleraar Bahattin Koçak. Voor het eerst in de geschiedenis van de rooms-katholieke Kerk komt er, in het hart van de christenheid, een plaats waar ook moslims kunnen bidden.
Vrucht van interreligieuze dialoog
Op het eerste gezicht lijkt het een klein gebaar; een stille kamer tussen eeuwenoude muren. Maar in werkelijkheid is het een groots spiritueel signaal: een teken van vertrouwen in een tijd waarin religie vaak wordt misbruikt als breekijzer tussen mensen.
Een gebedsruimte is nooit zomaar een kamer. Het is een uitnodiging om aanwezig te zijn, om te erkennen dat ook de ander een weg zoekt naar het goddelijke. In die zin is dit initiatief niet alleen ruimhartig, maar ook moedig.
Het Vaticaan, eeuwenlang het symbool van één geloof, geeft nu letterlijk en figuurlijk ruimte aan het andere. Dat is geen toeval, maar het gevolg van decennia van interreligieuze dialoog die begon met paus Johannes XXIII en het Tweede Vaticaans Concilie. Toen werd het zaad geplant van het idee dat ontmoeting geen bedreiging is, maar een vorm van geloofsverdieping.
Paus Franciscus heeft die lijn consequent doorgetrokken. Van zijn omhelzing met de grootimam van Al-Azhar tot het Document over menselijke broederschap dat ze samen ondertekenden: hij toont dat het ware geloof geen muren optrekt, maar deuren opent.
Erkenning
Voor veel moslims zal deze gebedsruimte voelen als een erkenning, een teken dat hun aanwezigheid in Europa niet langer als tijdelijk of vreemd wordt gezien. Voor katholieken is het misschien even wennen: gebed in een andere taal, gericht naar een andere gebedsrichting, binnen het Vaticaan zelf. Maar juist dat ongemak is vruchtbaar. Want echte dialoog begint pas wanneer we de zekerheid verlaten van onze eigen vertrouwde vormen
Een inspirerend voorbeeld hiervan vinden we in Berlijn, waar het project House of One al enkele jaren werkelijkheid wordt: één gebouw dat een kerk, een moskee en een synagoge samenbrengt. Onder één dak delen joden, christenen en moslims er niet alleen stenen en ruimte, maar ook hun zoektocht naar vrede, geloof en menselijkheid.
Het bestaan van zo’n huis toont dat interreligieuze gebedsruimtes niet louter symbolisch hoeven te zijn, maar in de praktijk kunnen functioneren als echte plaatsen van ontmoeting, gebed en samenwerking.
Symbolen hebben macht. In een wereld waarin religieuze gebouwen vaak doelwit zijn van haat of politiek misbruik, is een gedeelde gebedsruimte een daad van vrede. Ze zegt: wij hoeven niet hetzelfde te geloven om samen stil te worden.
Navolging
Toch mag dit initiatief niet blijven steken in mooie gebaren. Een fysieke ruimte schept ook morele ruimte, en dus ook verantwoordelijkheid. Hoe zal deze plek gebruikt worden? Zal ze een plaats zijn van toevlucht voor pelgrims, studenten, diplomaten, of blijft ze vooral symbolisch bestaan? De ware betekenis ligt in wat er buiten die muren gebeurt. Als deze ruimte anderen inspireert om in Brussel, Parijs of Antwerpen ook gebedshuizen te openen waar gelovigen elkaar ontmoeten, dan krijgt dit gebaar pas echt vleugels. In Vlaanderen bijvoorbeeld, waar geloof vaak wordt weggeduwd naar de privésfeer, kan zo’n voorbeeld helpen om religie opnieuw te zien als een bron van dialoog in plaats van verdeeldheid.
We leven in een tijd waarin religie vaak wordt gebruikt als marker van identiteit, 'wij' tegenover 'zij'. Dat geldt voor islam én christendom. De gebedsruimte in het Vaticaan doorbreekt dat denkpatroon. Ze zegt impliciet: God is niet van één volk, één cultuur of één richting.
De profeet Mohammed zei ooit: 'De aarde is mij tot een moskee gemaakt.' En Jezus zei: 'Waar twee of drie in mijn naam bijeen zijn, daar ben Ik in hun midden.' Beide uitspraken drukken eenzelfde inzicht uit: het heilige is niet gebonden aan plaats of vorm, maar aan intentie en verbinding. Daarom is deze ruimte geen bedreiging voor geloof, maar een verrijking. Ze toont dat openheid geen zwakte is, maar het hoogste bewijs van spirituele volwassenheid.
Angst sluit af, geloof opent
In Europa groeit de angst voor religie opnieuw. Men vreest de zichtbaarheid van de ander, of het verlies van de eigen traditie. Maar angst sluit, waar geloof opent. De kracht van dit initiatief ligt precies daarin: het is een gebaar van vertrouwen in een tijd van wantrouwen. Waar politici vaak spreken over integratie en grenzen, herinnert deze gebedsruimte ons eraan dat er een andere grens bestaat, die tussen het hart dat openstaat en het hart dat zich sluit.
Misschien zal deze kleine kamer in het Vaticaan nooit overvol zijn. Misschien zal ze stil blijven, gevuld met slechts een handvol bezoekers per dag. Maar haar betekenis is groter dan de echo van haar muren. Ze is een oproep aan ons allemaal, gelovig of niet, om ruimte te maken. In onze straten, scholen, instellingen, harten. Want pas wanneer we de ander een plaats gunnen in onze ruimte, leren we dat geloof niet gaat over wie binnen of buiten hoort, maar over wie durft open te staan.
Bron: Otheo